Democratie? Kies zelf!



02/11/2019 23:00 - Geplaatst door Tom van Leeuwen
De afgelopen eeuwen werd de macht van de overheid steeds sterker. De overheid begon zich met steeds meer zaken te bemoeien en de burger, het individu, heeft over steeds meer dingen steeds minder te zeggen.

Het klimaatbeleid is een uitstekend voorbeeld van deze inmenging. De overheid baseert zich op volkomen onbetrouwbare gegevens en onbewezen hypotheses en denkbeelden en de gevolgen van deze inmenging treffen iedereen. Op dit moment staan overheden wereldwijd op het punt om de goedkope en betrouwbare energiebronnen, die de basis vormen voor onze economische voorspoed, ontoegankelijk te maken. Het resultaat is verstrekkend.

De toekomst van de menselijke ontwikkeling staat op het spel. In hoeverre heeft de overheid het recht om zo'n vergaande invloed uit te oefenen op de samenleving in het algemeen en op het individu in het bijzonder?

Ik wil hier stilstaan bij de concepten democratie en parlementaire democratie. Is het moreel aanvaardbaar dat we ons neer moeten leggen bij de meerderheid, ook als we zéker weten dat die meerderheid het bij het verkeerde eind heeft en onze toekomst in gevaar brengt?

  1. Is parlementaire democratie democratisch?
  2. Is directe democratie gewenst?
  3. Hoe kleiner hoe beter
  4. Een moreel aanvaardbaar alternatief
  5. Conclusie

1. Is parlementaire democratie democratisch?


"De Westerse landen zijn democratisch". Dat leren we op school. Maar is dit eigenlijk wel waar?

Definitie: Democratie is een bestuursvorm waarin de macht bij het volk ligt.
Volgens de gangbare definities kan dat op twee manieren gebeuren: representatief (parlementair) of direct.
In een parlementaire democratie kan ieder individu voor een bepaalde periode een vertegenwoordiger kiezen die in zijn/haar naam macht zal uitoefenen over de vraagstukken die binnen het systeem aan de orde zijn.

Er zijn een drietal problemen aan te wijzen binnen een parlementair democratisch systeem die tot gevolg kunnen hebben dat een individu over een bepaald vraagstuk niet gehoord wordt of dat zijn/haar macht zelfs tégen hem/haar kan worden gebruikt.

1.- Verkiezingsprogramma
De vertegenwoordiger vertegenwoordigt een grote groep individuen die verschillende meningen kunnen hebben over de vraagstukken die op het moment van de verkiezing aan de orde zijn. Zo is het vrijwel onvermijdelijk dat de vertegenwoordiger over één of meerdere vraagstukken anders denkt dan het individu dat hij/zij vertegenwoordigt en dus tégen de mening van dat individu zal handelen op het moment dat hij/zij macht uitoefent over die vraagstukken.

2.- Coalitievorming
Verder kan het voorkomen dat onze vertegenwoordiger samen moet gaan werken met andere vertegenwoordigers om aan een meerderheid te komen, waardoor de gekozen vertegenwoordiger zijn/haar mening moet aanpassen en dus macht gaat uitoefenen op een manier die indruist tegen de mening die hij/zij verkondigde op het moment dat hij/zij werd gekozen.

3.- Actuele vraagstukken
Een ander probleem zijn de vraagstukken die niet aan de orde waren op het moment van de verkiezing van de vertegenwoordiger. Het individu dat hem/haar verkoos is dan afhankelijk van de mening die zijn/haar vertegenwoordiger op dat moment vormt over dat nieuwe vraagstuk. Deze mening kan indruisen tegen de mening of de belangen van het individu inzake dat vraagstuk.

Ligt de macht bij het volk?
Het is duidelijk dat in een parlementaire democratie een individu niet zeker kan zijn of hij/zij over alle vraagstukken die in een bepaalde periode aan de orde komen macht kan uitoefenen. De macht ligt dus niet bij het volk, maar bij de vertegenwoordigers: de politici. Hierdoor voldoet de parlementaire democratie niet aan de hoofddefinitie van democratie: de macht ligt bij het volk.

Parlementaire (representatieve) democratie voldoet niet aan de definitie van democratie en is dus niet democratisch

2. Is directe democratie gewenst?


Een direct democratisch bestuurssysteem heeft, in zijn ideale vorm, al deze bezwaren niet. Ieder individu kan direct macht uitoefenen over ieder vraagstuk dat aan de orde komt. Er is geen sprake van coalitievorming of regeerperiodes, waardoor er dus ook geen probleem is met tussentijdse actuele vraagstukken.

De overheid bestaat enkel uit uitvoerende ambtenaren die ieder vraagstuk behandelen volgens de wensen van de meerderheid van het volk.
De macht blijft in handen van het volk en dit systeem voldoet dus aan de hoofddefinitie van de democratie.

Maar er kleven twee problemen aan de directe democratie. Op de eerste plaats is het vreselijk langzaam en omslachtig want ieder vraagstuk moet aan het volk worden voorgelegd.
Het tweede probleem is nog veel ernstiger: Directe democratie is oneerlijk. Het feit dat de meerderheid van het volk iets wil betekent nog niet dat die mening ook rechtvaardig is. De macht van de meerderheid kan gebruikt worden om de minderheid onrecht aan te doen. Er wordt vaak gezegd: “Democratie is de dictatuur van de meerderheid”. De volgende metafoor illustreert dat: “Democratie is als twee wolven en een schaap die gaan stemmen over wat er die avond op het menu staat”. Democratie is daarom moreel onaanvaardbaar.

Waar knelt de democratische schoen? Om daar achter te komen moeten we bekijken waar democratie wordt toegepast, de wortel van het probleem.
Democratie is een systeem om een samenleving te organiseren. Een systeem om vorm te geven aan samenwerking tussen individuen. Op het moment dat deze individuen gaan samenwerken, geven ze vrijwillig een gedeelte van hun individuele vrijheid op. Ieder individu moet zich aanpassen zodat de samenwerking zo soepel mogelijk verloopt. Dit is een keuze die gemaakt moet worden.
Maar, wordt deze keuze eigenlijk wel bewust gemaakt?

Samenwerken
Samenwerken is een heel belangrijk onderdeel van de menselijke beschaving. Zonder samenwerking zou heel veel van de menselijke vooruitgang onmogelijk zijn geweest.
Van de andere kant heeft de menselijke samenwerking ook zijn gevaren. Alle oorlogen die er in de geschiedenis gevoerd zijn, zouden zonder samenwerking nooit hebben plaatsgevonden. Samenwerking leidt onherroepelijk tot concentratie van macht bij een kleine groep personen. En juist de machtsconcentraties leiden tot monopolie situaties in het bedrijfsleven en conflicten op internationaal niveau.
Met samenwerking moet dus om uiterst voorzichtig worden omgegaan en mag nooit als iets vanzelfsprekends worden beschouwd. Niemand zou gedwongen mogen worden om met anderen samen te werken zonder daar bewust voor te kiezen. Een democratie is moreel onaanvaardbaar, wanneer ieder individu gedwongen wordt eraan deel te nemen en onherroepelijk aan de uitkomst ervan blootgesteld staat.

Een kind wordt geboren binnen het systeem. Op geen enkel moment kiest een kind ervoor of het al dan niet aan dit systeem deel wil nemen. Er wordt nooit een contract getekend. Het is zelfs de vraag of er juridische gronden zijn om iemand te verplichten belasting te betalen. Er wordt door niemand ooit bewust gekozen om deel uit te maken van een parlementair democratische overheid.

In een democratie heeft het volk -en dus het individu- de macht. Dit betekent ook dat ieder individu in staat moet zijn er niet aan deel te nemen en zich aan het systeem te onttrekken!


3. Hoe kleiner hoe beter


De ‘ideale democratie’ zou uit één enkele persoon bestaan. Er zouden nooit meningsverschillen zijn en iedereen zou tevreden zijn met de genomen besluiten.
Maar er is dan geen sprake meer van samenwerking en dus ook niet van democratie, dus dit telt niet mee.

Als we één stapje verder gaan komen we de kleinste échte democratie tegen: het huwelijk. Beide echtgenoten geven vrijwillig een gedeelte van hun vrijheid op om samen verder te gaan. Gaat vaak goed, zeker in het begin, maar soms treden er zelfs op deze kleine schaal meningsverschillen en andere problemen op. Soms zijn die problemen zo ernstig dat de samenwerking moet worden stopgezet.

Op een iets grotere schaal zien we een gezin. Drie, vier of meer personen die samenleven en samenwerken. In dit geval wordt de samenwerking niet door alle individuen vrijwillig aangegaan. Kinderen kunnen immers hun ouders niet kiezen en omgekeerd.
De problemen die uit een gezinssituatie voorkomen kunnen ernstiger zijn dan die die zich in een huwelijk voordoen. Broers kunnen ruzie met elkaar hebben. Ouders kunnen problemen hebben met hun kinderen.

Als we zo doorgaan komen we steeds grotere democratische samenwerkingsvormen tegen: een appartementencomplex, een sportclub, een klein dorp, een stad, een provincie, een land enz.
Hoe groter het samenwerkingsverband, hoe minder invloed ieder individu kan uitoefenen op de besluitvorming. Hierdoor neemt de kans exponentieel toe dat er beslissingen worden genomen die indruisen tegen de mening of het belang van een individu en neemt dus ook de kans op conflicten toe. Je zou dus kunnen stellen dat een democratie steeds slechter gaat werken naarmate het wordt toegepast op steeds grotere groepen.

En in feite zien we dat in de praktijk ook: Kleinere landen zijn vaak succesvoller dan grote. Andorra is welvarender dan Spanje, Monaco is welvarender dan Frankrijk, Singapore is rijker dan Maleisië enzovoort.

Toen in het Griekenland van de zesde eeuw voor Christus de democratie voor het eerst werd toegepast, bestond dat gebied uit zo’n 200 stadstaatjes. Ieder van die stadstaatjes had zijn eigen staatsvorm. In het oude Athene waren er slechts 30 duizend stemgerechtigden, die overigens allen op eigen initiatief de vergadering mochten toespreken. Dat is de omvang van een kleine Nederlandse gemeente.

Wat er tegenwoordig met ‘democratie’ wordt aangeduid heeft dus qua vorm én omvang vrijwel niets meer met de oorspronkelijke betekenis van het woord te maken.


4. Een moreel aanvaardbaar alternatief


De parlementair democratische modellen die op dit moment in de Westerse wereld gangbaar zijn stammen uit de 19e eeuw. In Nederland bijvoorbeeld legt de Grondwet uit 1848 de basis voor het huidige bestuurlijke stelsel.
Hoe zag de wereld er toen uit? In 1848 was er geen eenvoudig vervoer of communicatie. De verbrandingsmotor stamt uit 1885 en de vroegste vormen van telefonie ontstonden rond 1890. In Nederland heerste een periode van economisch klassiek liberalisme, de overheid bemoeide zich niet of nauwelijks met de economie. Er was sprake van een nachtwakersstaat met minimale belastingheffing. De inkomstenbelasting werd pas in 1914 (tijdelijk!) ingevoerd. Actief kiesrecht voor vrouwen bestaat pas sinds 1922. Vrouwen hebben dus nooit over deze grondwet mogen stemmen. In feite heeft niemand die nu leeft over deze grondwet gestemd.

De Nederlandse grondwet is in het geheel niet democratisch te noemen, want:

  • het beschrijft een parlementair democratisch systeem
  • niemand die nu in leven is heeft over deze grondwet gestemd

We moeten onze grondwet, en het parlementair democratische systeem dat daarin staat beschreven, beschouwen vanuit die optiek. In die tijd was een gebrekkig parlementair democratisch systeem misschien zelfs wel voldoende; er was gewoonweg niet veel om over te beslissen en er waren geen technische middelen beschikbaar om het anders te regelen.

De huidige realiteit is heel anders. De overheid heeft steeds meer bevoegdheden naar zich toegetrokken en bemoeit zich op grote schaal met vraagstukken die het individu ook prima zelf kan regelen, zoals onderwijs en zorg.
De technologische vooruitgang heeft het mogelijk gemaakt om het volk veel directer bij de besluitvorming te kunnen betrekken.

Een moreel aanvaardbaar systeem zou aan de volgende eisen moeten voldoen:

  • Deelname is vrijwillig. Ieder individu kan zich op ieder moment uit het systeem terugtrekken en niet meer blootstaan aan de beslissingen die genomen worden
  • De bevoegdheid van het systeem is beperkt tot vraagstukken die buiten de individuele verantwoordelijkheden van iedere burger vallen, zoals infrastructuur (het beheer van gemeenschappelijk eigendom) en defensie
  • Het systeem is direct democratisch. Er kan door iedere burger over ieder voorstel gestemd worden
  • Het systeem wordt toegepast op een zo klein mogelijk geografisch gebied

Je zou kunnen denken aan een systeem waarin geen verplichte belasting bestaat en waar het betalen van een vrijwillige bijdrage het recht geeft om, bijvoorbeeld op electronische wijze, aan te geven waar deze bijdrage aan moet worden besteed. Op dat moment zou dan ook kunnen worden gestemd over andere onderwerpen.
Het stemmen wordt dan dus gekoppeld aan het betalen van de bijdrage en de omvang van het overheidsbudget is dan direct afhankelijk van wat de burger er werkelijk voor over heeft. Overheidsschuld is uiteraard uitgesloten.

Het zou zelfs mogelijk kunnen zijn om een systeem te hebben met meerdere, met elkaar concurrerende, overheden. De ene overheid zou dan bijvoorbeeld meer diensten kunnen bieden dan de andere op gebieden zoals onderwijs, zorg, pensioen die niet tot de basistaken van de overheid behoren. Ieder individu kan dan zelf beslissen met welk democratisch systeem hij/zij wil samenwerken, of hij/zij kan besluiten volledig onafhankelijk te blijven.
Net als in een volmaakt direct democratisch systeem bestaat een overheid dan enkel en alleen uit uitvoerende ambtenaren die de beslissingen van de individuen uitvoeren.

5. Conclusie

Als we werkelijk stilstaan bij onze samenlevingsvorm en de feiten objectief bekijken, lijkt niets zo vanzelfsprekend te zijn als hoe het ons altijd wordt voorgehouden. Heel veel dingen zijn in werkelijkheid geheel anders dan wat ons op school wordt bijgebracht. Daarom is het ook zo gevaarlijk om het onderwijs van onze kinderen als een overheidstaak te beschouwen.
Parlementaire democratie is ondemocratisch, de grondwet is ondemocratisch en directe democratie is immoreel. Niemand heeft er bewust voor gekozen aan een overheid onderworpen te zijn.
Wat het klimaatbeleid betreft is het, nog afgezien van de wetenschappelijke kwestie of er een reden is tot het nemen van maatregelen, moreel gezien onverantwoord dat de overheid in zijn huidige vorm zich het recht toekent het leven van de burgers te ontwrichten.



Tom van Leeuwen, april 2016.

(Aangepast voor Holoceneclimate.com in november 2019).

 

Donaties

Het gevecht tegen de klimaathysterie vergt tijd! Als je denkt dat ik op de goede weg zit en mijn inspanningen wilt steunen dan zou ik heel dankbaar zijn voor een kleine donatie om deze site in de lucht te houden.


Bedankt!


De vingerafdrukken van het broeikaseffect

De hypothese van "door de mens veroorzaakte klimaatverandering" houdt in dat de toename van de CO2-concentratie het broeikaseffect van de atmosfeer versterkt en dat dit de opwarming van de Aarde als eindresultaat heeft.

Sinds het begin van het geïndustrialiseerde tijdperk rond 1850, stoot de mens een relatief grote hoeveelheid CO2 uit in de atmosfeer door het gebruik van fossiele brandstoffen. Het gevolg van deze emissies is dat tijdens die periode de concentratie van CO2 in de atmosfeer sterk steeg van ongeveer 300 deeltjes per miljoen (ppm) tot meer dan 400, een toename van bijna 40%. Tegelijkertijd steeg de gemiddelde temperatuur in dezelfde periode met ongeveer 1,5 °C met een kleine variatie afhankelijk van de gebruikte gegevensbron.

Er lijkt dus een correlatie te bestaan tussen de concentratie CO2 en de temperatuur van de Aarde in deze periode. Maar het bestaan van een correlatie betekent niet automatisch dat er ook een causaal verband bestaat. Het kan puur toeval zijn dat deze twee concepten zich op een gesynchroniseerde manier ontwikkelen. In een vorig artikel zagen we bijvoorbeeld dat diezelfde correlatie voor andere tijdspannes niet bestaat.
Lees verder...

Waarom stopte de opwarming?

De politieke rapporten van het IPCC zijn gebaseerd op de hypothese dat CO2 de belangrijkste regelknop is van de Aardse temperatuur. Het probleem is dat deze hypothese in het geheel niet overeenkomt met de empirische gegevens waarover de wetenschap beschikt. Men maakt voorspellingen aan de hand van modellen die niet in staat zijn het verleden te ‘voorspellen’.
Lees verder...

Temperatuur versus CO2 - een overzicht

Bij het bespreken van 'klimaatverandering' is het noodzakelijk om na te gaan hoe het klimaat op Aarde in het verleden is veranderd. Dat geeft een indicatie voor de vraag of de huidige veranderingen normaal zijn of niet.

De wereldwijde temperaturen varieerden in de afgelopen 500 miljoen jaar enorm. Afhankelijk van de gebruikte tijdschaal is de huidige temperatuur koud of warm, dus als we het hebben over de "normale temperatuur" moet worden aangeven welke tijdschaal als referentie wordt gebruikt.
Lees verder...

Atmosferische CO2-verspreiding

Op de bovenstaande wereldkaart zien we het gemiddelde niveau van koolstofdioxide (CO2) in de atmosfeer gedurende vijf weken in 2014. Credit: NASA / JPL-Caltech.
Lees verder...

Een eenvoudig CO2-model

In deze video presenteert professor in de Astronomie Michael Merrifield (Universiteit van Nottingham) een eenvoudig model van het CO2-broeikaseffect.

Hij laat wolken, albedo-effect, oceaaninteractie, zonnecycli en veel andere factoren die het klimaat beïnvloeden buiten beschouwing en bespreekt alleen de CO2-straling in de atmosfeer.

Zijn belangrijkste argument is dat wanneer de CO2-concentratie stijgt, de atmosfeer vanuit een hogere luchtlaag begint te emitteren. De temperatuur van die emitterende luchtlaag moet -18 °C zijn. Dus als de -18 °C temperatuurlaag hoger in de atmosfeer komt te liggen en de atmosfeer 6,5 ° C opwarmt voor elke kilometer die we vanaf die laag dalen, zal de oppervlaktetemperatuur omhoog gaan.
Lees verder...

Waterkrachtcentrales en broeikasgassen

Waterkracht is een van de schoonste beschikbare energiebronnen. De enige nadelen die tot nu toe bekend zijn, zijn de impact op het landschap en het risico dat een dam breekt door aardbevingen. Een zorgvuldige keuze van de locaties en hoge bouwnormen kunnen deze problemen voorkomen.

Naast elektriciteitsopwekking helpen dammen ook om de waterstroom in de rivieren te reguleren, waardoor ze beter bevaarbaar worden en bruikbaar zijn voor irrigatie.

Dus over het algemeen lijkt het vrij positief, maar recent onderzoek heeft een nieuw nadeel van waterkracht "ontdekt" en het is een gebruikelijke verdachte: broeikasgassen.
Lees verder...

De wereld heeft meer CO2 nodig

Interview met Professor William Happer van Princeton University. William Happer is een gerenommeerd natuurkundige, gespecialiseerd op het gebied van atomaire fysica, adaptieve optica en spectrometrie. Dit interview uit 2015 maakt deel uit van de serie 'Conversations that Matter'.

Enkele citaten uit dit interview:
Lees verder...

De logaritmische aard van het CO2-broeikaseffect

Voor veel mensen kan een logaritmische relatie een vrij abstract concept zijn. Het is moeilijk voor te stellen welk effect dit heeft op de sterkte van het broeikaseffect die overeenkomt met de hoeveelheid CO2 die de mens in de atmosfeer uitstoot. Hier presenteren we een visualisatie om op een eenvoudige manier uit te leggen waar we het over hebben.

CO2 is een broeikasgas. De aanwezigheid van CO2 in de atmosfeer vangt een deel van de infraroodstraling op die het aardoppervlak in de ruimte uitzendt. Het totale broeikaseffect van de atmosfeer van de aarde is ongeveer 30 °C, zonder dit effect zou de temperatuur -15 °C zijn in plaats van de huidige gemiddelde temperatuur van +15 °C.
Waterdamp is het belangrijkste broeikasgas. CO2 zorgt voor 3 °C opwarming, dat wil zeggen 10% van het totale effect.

Wanneer de concentratie van CO2 toeneemt, neemt ook het broeikaseffect toe, maar niet op een lineaire manier, maar logaritmisch. Voor elke toename van de concentratie is het effect op de temperatuur steeds minder.
Lees verder...